Het humane genoom bestaat uit 3 miljard basen (A, C, T, en G) en de mens heeft zo’n 20.000 genen. Dankzij genomics onderzoek is er veel meer bekend over de functie en structuur van de genen en hun eiwitproducten. Daarnaast zijn nieuwe experimenten mogelijk geworden waarbij niet langer één gen of één molecuul centraal staat, maar het geheel van erfelijke informatie (het genoom) van de mens en andere organismen onderzocht wordt. Gezien de enorme omvang in gegevens is de computer onmisbaar geworden om al deze complexe data over genen, eiwitten en hun functies op te slaan en te analyseren. Dit is het domein van de bioinformatica. Via het internet zijn enorm grote databanken met genomics informatie vrij toegankelijk. Door slim gebruik van software en rekenmethoden worden bijvoorbeeld nieuwe verbanden ontdekt tussen bepaalde genen en mogelijke ziektebeelden die ontstaan als iets fout is in het bijbehorende eiwit.
DNA-lab Bioinformatica: CRISPR/Cas9
In dit DNA-lab maken leerlingen kennis met de innovatieve technologie CRISPR/Cas9. Tijdens het practicum gaan de leerlingen actief aan de slag met een databank vol genomische informatie om het ush2a-gen, dat betrokken is bij het Ushersyndroom, te onderzoeken in de zebravis. Nadat alle benodigde informatie is verzameld, ontwerpen de leerlingen een guide RNA dat gebruikt kan worden om een diermodel voor het Ushersyndroom te creëren. De principes om het practicum goed te begrijpen zijn onderdeel van het CE/SE curriculum op middelbare scholen (havo/vwo). Zo gaan de leerlingen aan de slag met kernbegrippen uit de moleculaire biologie, waarbij ze onder andere leren hoe mutaties de functie van een eiwit kunnen beïnvloeden.


